Geschiedenis St. Sebastianus

Geschiedenis van schutterij Sint Sebastianus Heel

Grijze Oudheid

Van het oudste verleden van schutterij Sint Sebastianus is weinig bekend. De eerste vermelding duikt op in 1646. Een vicaris (Heel was toen bezit van het domkapittel van Sint Lambertus van het prins-bisdom Luik), kwam op inspectie naar Heel. Hij noteerde onder het hoofdstuk ‘broederschappen’ dat de broederschap Sint Sebastianus een altaar in de kerk had en ook dat deze broederschap inkomsten kreeg uit verpachting van gronden. Of het hier überhaupt wel een schuttersgilde betreft, is niet helemaal zeker. Er waren veel soorten broederschappen in die tijd, en over typische ‘schutterszaken’ wordt nergens gesproken. Toch is het waarschijnlijk dat het hier inderdaad om de schutterij gaat. De Heilige Sebastianus is immers schutspatroon van de (handboog)schutters.

Een roerige kapitein

Een periode van bijna 100 jaar vormt een blinde vlek in de archieven. Het is niet bekend of de schutterij dan nog wel bestaat, maar in de schepenbankverslagen van 1735 duikt de schutterij op inzake een proces tussen de kapitein van de schutterij (een zekere Peter Pijlmans) en herbergier Clouts. Het proces handelt over een ruzie die losbarstte na het vogelschieten en het zogenaamde “schieten naar de schijve”. Vaandeldrager Janssen deed de schutterij in 1740 een proces aan omdat ze hem geroyeerd hadden en een zekere Baeten had op de Bastianusviering van 20 januari 1743 Kapitein Pijlmans in zijn eigen huis uitgescholden. Uit deze schepenbankverslagen kunnen we een aantal zaken opmaken. Dat er in ieder geval een schutterij onder de naam “de oude compagnie van St. Sebastianus” in Heel heeft bestaan, die zich naast het vogelschieten ook oefende middels het schijfschieten. Het gilde had verder een vaandel en het bestuur bestond uit een kapitein en twee dekens. Verder ontving de schutterij pacht uit een aantal gronden. De oude veldnaam ‘schuttenheide’ herinnert nog aan die pachtgronden.

Keijser van 1828

Over de continuïteit van de schutterij tot in de 19e eeuw is niets bekend, maar het staat vast dat de schutterij ouder is dan het jaartal 1854 dat lang op het vaandel heeft gestaan. Het oudste kasboek dateert al uit 1844, en men maakt melding van een zekere J. Colbert “Keijser van 1828”. Deze Colbert moet dus in 1826 en 1827 ook al koning van St.Sebastianus zijn geweest. Dit blijft echter tussen 1743 en 1844 de enige vermelding van een schutterij in Heel. Het kasboek vertelt ons tal van zaken over de schutterij in de 19e eeuw. De schutterij had een uitgebreid officierskorps, van kolonel tot korporaal. De rangen werden per opbod verkocht. Bovendien had de schutterij nog bijlmannen in hun gelederen, althans, in die richting wijzen de voorschoten, berenmutsen, zagen en bijlen op die in bezit van de vereniging waren. Verder dienden de officieren voor een sjerp te zorgen, en moesten zij hun rangonderscheidingstekenen over hun burgerkledij dragen als het gezelschap uittrok.

Den Draak

Een vrij bijzondere zaak is de zorg over de draak van Heel. In het kasboek van 1844 staan al uitgaven in die de schutterij met de processie en de kermis deed met betrekking tot de draak. In ieder geval ging de schutterij vanaf 1844 tot 1914 -toen het gebruik verdween- met de draak mee in de processie. Aansluitend hieraan werd de draak “oppe linj” door de Koning van de schutterij “door eene houten peek of lans” doodgestoken, na driemaal -gezeten op een paard- rond de draak te zijn gelopen. De draak viel dan neer, en spuwde vuur door middel van een lont met nat kruit. De drakenlegendes zijn in het Midden-Limburgse geen onbekend fenomeen. Onder meer is een dergelijk gebruik bekend in Swalmen (reeds in de 18e eeuw) en Beesel (vanaf de 19e eeuw tot heden).

Al deze draken hebben een sterke binding met de kerk en de plaatselijke schutterijen. Het kerkse element school in de heiligenfiguur van St. Joris, bekend om zijn strijd met de draak. Zijn beeltenis werd compleet met draak in processies meegevoerd. De schutterijen kozen in navolging van de kruisvaarders vaak St. Joris als schutspatroon (kruis- en voetbooggilden) of St. Sebastianus (handbooggilden). Dit verklaart dan weer de sterke binding van de drakenlegendes met de schutterijen, immers, een schutterij met St. Joris als patroonsheilige moest ook een draak hebben. De hele gang van zaken rond de draak was ook in Heel een privilege voor de schutterij, die de draak ook in eigendom had. Zij onderhield hem en kocht geregeld een nieuwe (bijvoorbeeld in 1869).

Buiten de taak in de processie -waar hij alleen maar meeliep- en het korte spel na afloop, inde de schutterij op kermismaandag met behulp van de draak de standgelden van de kermisexploitanten. Deze gelden mocht de schutterij houden, ter bestrijding van de gemaakte onkosten. Het is hoogst opmerkelijk dat een Sebastianusgilde een drakencultus heeft. In een onderzoek van L. Okken uit 1974 blijkt dat in alle 25 plaatsen in de Zuidelijke Nederlanden waar een draak in de processie meeging, een jonge schutterij van St. Joris hiervoor verantwoordelijk was. Ook de plaatsen waar geen drakentraditie was, heette de jonge schutterij vaak St.Joris, zoals bijvoorbeeld in Wessem. Het is mogelijk dat schutterij St. Sebastianus het hele drakengebeuren geërfd heeft van een Heelse schutterij die St. Joris heette.

In de hierboven reeds vermelde 18e eeuwse processtukken wordt namelijk St. Sebastianus als “de Oude Compagnie” aangeduid. Er moet in die tijd dus ook een Jonge Schutterij bestaan hebben. Wellicht had die de naam van St. Joris, en is de draak toen dit gilde om welke reden dan ook ter ziele ging de draak bij St.Sebastianus terechtgekomen. Dit blijft evenwel louter een hypothese omdat over een schutterij St. Joris in Heel niets bekend is.

Twee oude foto’s

Echt oude foto’s van de schutterij zijn er bijna niet. Twee exemplaren slechts zijn tegenwoordig nog voorhanden. Over die twee foto’s is lang nogal wat mist gespuid. De jongste foto zou genomen zijn in 1918, toen de Panheeldenaar (pater) Jac. Schreurs zijn eerste mis opdroeg. Volgens de overlevering werd hij door harmonie de Vriendenkrans en schutterij St. Antonius naar de kerk van Heel begeleid. Terug in Panheel, maakte men van beide verenigingen een groepsfoto voor café Levels (nu de fam. H.Geelen). Pater Jac. Schreurs ontbreekt echter op deze foto, zodat het niet eens zeker is of de verenigingen bij deze gelegenheid op de gevoelige plaat zijn vastgelegd. Bovendien zijn op de foto van de schutterij louter mensen van Heel te herkennen. Op de eerste rij herkennen wij links H. Schreurs (Flessebaer), en naast hem Mathieu Coenen (“de sjnieder”). De tamboer-maître is Johannes Walschot. Waarschijnlijk heeft de schutterij van Heel pater Jac. Schreurs dus naar de kerk begeleid, en niet die van Panheel.

Ook over de oudste foto is lang onduidelijkheid geweest. Hierop ziet men een schutterij en de fanfare/harmonie de Vriendenkrans voor de kerk staan. Lang heeft men aangenomen dat ook deze foto gemaakt is toen pater Jac. Schreurs zijn eerste mis opdroeg. Nauwkeurige bestudering levert echter het volgende op: De schutters zijn uitgerust met geweren, compleet met bajonet. Op de foto die ik hierboven beschreef, dragen schutters andere kostuums, hebben ze geen sjerpen om hun middel en zijn er ook geen geweren. De foto’s kunnen dus onmogelijk bij dezelfde gelegenheid gemaakt zijn. Bovendien vertellen ons mondelinge overleveringen, dat schutterij St.Antonius in den beginne (ze werd opgericht in 1897) geen tamboers en geen vaandel in de vereniging had, zodat ze vaak alleen maar aan schietwedstrijden mochten deelnemen. Voor wat betreft het jaartal zijn er enkele aanwijzingen. Toen de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) uitbrak, moest iedereen -ook de schutterijen- uit voorzorg hun wapens inleveren. De foto kan derhalve niet uit 1918 dateren. De tamboer heeft zijn trom met zwart doek omfloerst, hetgeen op een begrafenis duidt. Een belangrijke begrafenis in die dagen is van dhr. Kallen in 1915. Omdat zijn familie in het vanwege de oorlog onbereikbare België (Lanaken) woonde, zijn er toen foto’s gemaakt. Maar omdat de schutterij tijdens de oorlog zoals gezegd geen wapens kón bezitten, kan de foto niet van dat jaar zijn.

De enige duidelijk herkenbare personen op de foto zijn uit Heel afkomstig. Zo staat vooraan in het midden, met de sjerp om zijn middel de commandant van St.Sebastianus, Pierre Linssen. Het enige andere herkenbare lid van de schutterij is Johannes Walschot (de latere tamboer-maître van St.Sebastianus), die achter de trommelaar staat. Hoogst waarschijnlijk betreft het hier dus weer een foto van schutterij St. Sebastianus, genomen tussen 1884 (oprichting van de fanfare) en 1914. Misschien wel bij de begrafenis van burgemeester Tonnaer in 1893. Maar de precieze reden van de foto bij de kerk zal wel nooit onthuld worden.

Nog meer mist

Over de oprichtingsdata is in Heel altijd veel te doen geweest. Lange tijd prijkte op het vaandel het curieuze jaartal 1854. Terwijl het oudste notulenboek dat vandaag de dag nog in het gemeentearchief berust, al begint in 1844. Volgens de overlevering wilde men in 1929 een ‘…zoveel-jarig’ bestaan vieren om een schuttersfeest wat meer cachet te geven, en werd de knoop doorgehakt op 75 jaar. In 2004 deed zich hetzelfde voor, al was inmiddels gebleken dat de vereniging uit 1646 stamde. Toch werd toen maar ‘afgeklokt’ op 350 jaar, acht jaar ‘te jong’. 1654 is het jaartal dat op dit moment op het vaandel prijkt, en zelfs als historicus durf ik daar helemaal in mee te gaan. Juist omdat we zoveel niet weten uit die tijd, is streven naar exactheid is eerder een vals streven.

Conclusie

Ondanks dat een brand het verenigingslokaal in de jaren ’70 van de 20e eeuw in de as legde, en er dus weinig oude stukken meer over zijn, weten we over schutterij Sint Sebastianus Heel een aantal zeer bijzondere zaken voor de schuttersgeschiedenis in het algemeen. Zo is ze bij mijn weten de enige schutterij – naast Sint Jacobus uit Roermond – die zich in de 18e eeuw met schijfschieten bezighoudt. Verder is goed zichtbaar hoe de vereniging zich tussen de 18e en de 19e eeuw omvormt van een typisch gilde – met dekens en een kapitein – naar een op militaire leest geschoeid gezelschap – met korporaals, kolonels en sappeurs. Het lijkt erop dat de schutterij rond 1900 een bloeitijd kende, maar dat na de Eerste Wereldoorlog een teruggang te noteren valt. De op oude foto’s zichtbare geweren zijn later verdwenen en het gezelschap lijkt ook wat kleiner. Hugo Luijten, september 2013

Gebruikte literatuur: Wolters, Luc: ‘Schutterij Sint Sebastianus’, deel I en II, verschenen in Kroetwes, 1999

Onderschrift foto’s

‘Schutterij en harmonie aan de kerk, ca 1900’ Schutterij Sint Sebastianus rond 1920